‘Brutally honest’, aldus Walter Isaacson over Steve Jobs, de man waar hij een ‘alle records brekende’ biografie over schreef. Gisteravond was Isaacson, die een interessante carrière bij CNN en TIME achter de rug heeft, te gast in De Rode Hoed.
Tracy Metz, journalist voor het NRC Handelsblad, leidde het gesprek in met een praatje waarin de nodige superlatieven voorkwamen. Het boek omschreef ze als ‘great’, ‘awesome’ en ‘astonishing’ of iets van die trant, woorden die we ook van Steve Jobs kennen. De Steve-o-fielen naast mij begonnen enigszins te morren toen Metz verkondigde dat een presentatie van Jobs altijd eindigde met ‘One more thing’, maar na de entree van Isaacson hielden de betweters wijselijk hun mond. En daar was alle reden toe.
Eenmaal omgeschakeld van het steenkolen-Engels van de mevrouw van het John Adams Institute naar het Amerikaanse accent van Isaacson, blijkt deze een uitstekend en charismatisch spreker. Gedurende een praatje van twintig minuten zette Isaacson de drie belangrijkste kwaliteiten van Jobs uiteen, rijkelijk geïllustreerd met anekdotes die we ook in zijn boek tegenkomen:
- Passion for great products. Jobs’ drijfveer was niet het maken van winst, maar een passie om gave en waardevolle spullen te maken.
- Don’t be afraid, just do it. Deze kwaliteit is ook wel omschreven als het Reality Distortion Field: het geloof iedereen voor je karretje te kunnen spannen met een mix van charme, charisma, overtuiging etc.
- Simplicity. Isaacson illustreerde dit met een anekdote over de aan/uit-knop van de iPod. Steve vond het lelijk en nutteloos. Op deze manier werd de track wheel geboren: het was design en iedereen zag direct de werking ervan.
Voor sommigen is de biografie een bijbel voor management geworden. Zou je je als manager moeten opstellen als een geniale rebel, of een perfectionistische klootzak? Waarschijnlijk zal dit niet iedereen even goed af gaan. Het is belangrijk te kunnen switchen tussen de uitersten, iets dat Steve goed beheerste. Isaacson schetst dit contrast mede aan de hand van een gesprek tussen Steve Jobs en Bill Gates over het verschil tussen open en gesloten systemen. Gates geloofde niet in gesloten systemen, Jobs niet in open. Ondanks het goede gesprek, noemt Jobs hem in het boek een ‘asshole without taste’.
Rebels, zo kunnen we Jobs en Apple zeker beschouwen. En zo manifesteerde Apple zich ook in de beroemde 1984 commercial, waarin Orwell’s idee van Big Brother door het bedrijf omver wordt geworpen.
In het afgelopen decennium is Apple uitgegroeid tot het meest waardevolle bedrijf ter wereld. Een invloedrijk bedrijf als Apple is nog moeilijk rebels te noemen. Zij bepalen de standaarden, zij bepalen welke apps in de App Store verschijnen en zij bepalen wat de gebruiker te zien krijgt. Apple censureert en controleert, Apple Stores worden bedevaartsoorden voor juichende mensenmassa’s. Hoe zat dat ook alweer met het rebelse karakter en Big Brother omver werpen? Een interessant vraagstuk, welke ik heb ontleend aan een aflevering van The Daily Show.
Mijns inziens is er nog niet zoveel aan de hand. Apple wil nog steeds gave producten maken. Volgens Isaacson denkt CEO Tim Cook ook in die geest. Het lijkt me niet aannemelijk dat geld en macht de drijfveer binnen het bedrijf zijn geworden. Zolang de consument kritisch blijft en niet onverschillig alle opgelegde cultuur accepteert, is er weinig reden om bang te zijn voor Apple. Keep questioning, keep critiquing. Ok, flauwe grapje, maar we moeten ons pas zorgen maken wanneer wij zelf Big Brother-achtige praktijken klakkeloos accepteren.
Het werk van Isaacson wordt zowel geroemd als bekritiseerd. Vooral zijn objectiviteit staat vaak ter discussie. Ondanks de goede relatie die Isaacson met Jobs ontwikkelde, bestrijdt hij deze aantijgingen: niemand sprak anoniem, alles heeft een bronvermelding en het boek is niet louter een lofzang. Ook tijdens de interviews was Steve ‘honest, brutally honest’!
Zie ook: Review round-up: Is Steve Jobs’ biography accurate?











